Klant
Relatie, contact en adressen.
Stamgegevens zijn gegevens die door meerdere transacties en processen worden hergebruikt. Onhelder eigenaarschap veroorzaakt duplicaten en synchronisatieconflicten.

Definieer per datadomein één leidende bron, validatieregels en proces voor wijzigingen.
Relatie, contact en adressen.
Artikel, eenheid en kenmerken.
Inkoopcontext en voorwaarden.
Medewerker, team en locatie.
Richt vooral gedeelde gegevens centraal in die door meerdere processen worden gebruikt, zoals relaties, artikelen, medewerkers, locaties en prijsafspraken.
Het CRM, ERP en webshop kunnen allemaal klantgegevens aanpassen; daardoor overschrijft iedere synchronisatie mogelijk een nieuwere wijziging.
Begin met klant-, product-, artikel- en leveranciersgegevens. Leg per gegeven vast wie wijzigingen mag doen en hoe dubbele of verouderde registraties worden voorkomen.

Gebruik uw eigen systemen, gebruikers en uitzonderingen als test. Daarmee wordt snel zichtbaar welke ERP-keuze of inrichting werkelijk waarde toevoegt.
Definieer per datadomein één leidende bron, validatieregels en proces voor wijzigingen.
Selecteer de gegevens die meerdere processen gebruiken, zoals klanten, artikelen, medewerkers en locaties. Wijs per gegevenstype een leidend systeem en inhoudelijke eigenaar aan.

Het CRM, ERP en webshop kunnen allemaal klantgegevens aanpassen; daardoor overschrijft iedere synchronisatie mogelijk een nieuwere wijziging.
Definieer het concept en de context.
Pas het toe op uw eigen organisatie.
Leg keuze en aannames vast.
Maak eigenaar en meetpunt expliciet.
Praktische antwoorden op vragen die meestal ontstaan zodra u dit onderwerp vertaalt naar uw eigen organisatie.
Definieer per datadomein één leidende bron, validatieregels en proces voor wijzigingen.
Niet automatisch. Wijs per gegevenstype een leidend systeem en inhoudelijke eigenaar aan. Bestaande software kan blijven wanneer die goed functioneert en de benodigde gegevens gecontroleerd kunnen worden uitgewisseld.
Selecteer de gegevens die meerdere processen gebruiken, zoals klanten, artikelen, medewerkers en locaties. Wijs per gegevenstype een leidend systeem en inhoudelijke eigenaar aan.
Gebruik de ERP-scan of configurator om master data toe te passen op uw eigen systemen, gebruikers en bedrijfsprocessen.